The End

Mirissa. Het is zo ver. De laatste stop van deze reis. 151 dagen, waarvan er sommige echt al een eeuwigheid geleden lijken. Surfen in Kuta, kamperen bij Devil’s Marbles, een cacao-plantage in Can Tho, een funeral ceremony in Toraja,… ‘t is bijna onwezenlijk dat dat allemaal dezelfde trip is. We herinneren ons dat vreemde gevoel van de vorige reis, al gaat het deze keer iets beter. Toen liepen we echt al een week of 2 voor het einde met een knoop in onze maag rond, nu hebben we dat toch kunnen uitstellen tot de allerlaatste dagen. Misschien omdat we weten dat er altijd wel weer andere avonturen te beleven zijn. Misschien omdat we er ook wel naar uitkijken om terug naar huis te gaan, omdat Sam en Robin veel zin hebben om hun vrienden terug te zien, omdat wij goesting hebben in frieten, een avondje Congé, geen hotels regelen, verkeer dat we begrijpen, fietsen of stabiel internet. Maar anderzijds is deze bubbel zo plezant, zo simpel, vullen en voelen we mekaar ondertussen zo goed aan en zijn er nog zoveel meer dingen te zien. Enerzijds weten we dat we altijd zullen blijven reizen, anderzijds beseffen we dat dat niet meer voor 6 maand met vier zal zijn. En zo hinken we de laatste dagen van het ene op het andere been. De helft van ons lijf wil hier blijven, de helft wil naar huis. Ik ben de laatste maanden als verrassing begonnen met een montage van alle filmpjes die we hier gemaakt hebben. 'T is nog niet helemaal klaar, maar we kijken de film samen in avant-premiere. Sinds het einde van onze vorige reis is er ook een officiële organisatie opgericht, genaamd De Vereniging Voor Vrolijke Wereldreizigers. Toen kreeg iedereen z'n diploma, nu heeft de Afgevaardigde een kleine speech voorbereid. Die geeft hij in z'n onderbroek, het moet ook allemaal niet té serieus worden.

Kwestie van ons niet teveel in filosofisch gemijmer te verliezen en de laatste dagen gewoon in het hier en nu door te brengen, helpt het alvast dat de Gezin Billiet hier ook is. Omdat wij genoeg hadden van de regen in de bergen zijn we alvast een dag vroeger dan hen naar Mirissa gereisd, wat ons de gelegenheid geeft het hier al wat te verkennen. We wandelen langs het strand en Griet ontpopt zich tot reisleider. Ze gaat overal prijzen vragen, boekt een whale-spotting tour en checkt de beste surfplek, die we alvast eens met ons vier uitproberen. We boeken een les bij Ama-surf op Welingama Beach en we blijken toch nog niet alles vergeten wat we vijf maand geleden in Bali geleerd hebben. De zee is perfect, de instructeurs behulpzaam, Sam en Robin vinden het heerlijk, Griet is blij dat ze haar spieren voelt en zelfs ik begin het zowaar een beetje te kunnen. Charmant zouden we Mirissa nu niet meteen noemen. Er raast een grote, drukke baan tussen de hotels en 't strand en echt mooi is 't hier allemaal niet, maar als vakantiebestemming om 151 dagen af te sluiten is 't ideaal: een strand met heerlijke golven, zon, surf, lekker warm, walvisje dabei, laat maar komen!

We moeten er wel vroeg voor op. Op 24 december staat de wekker om half 6, hopelijk haalt iedereen kerstavond. Raja & The Whales pikt ons op rond 6 uur en een half uurtje later varen we al op de Indische Oceaan, op zoek naar blauwe vinvissen, dolfijnen en bryde-vinvissen. Het weer is rustig, maar er is een stevige deining en golven van anderhalve meter, dus de boot gaat behoorlijk op en neer. We hebben allemaal zeeziek-pilletjes gekregen, maar die blijken bij Gezin Guns iets beter te werken dan bij De Lokko Family, ‘t is te zeggen: wij nemen allemaal ontbijt, zij slaan het allemaal vriendelijk over en Arthur geeft zelfs wat eten van de avond voordien terug. Gelukkig gaat 't daarna wat beter. Al vrij snel spotten we de eerste dolfijnen, die heerlijk spelend, voor, naast en onder de boot komen zwemmen.

De “gids” blijft ondertussen op dezelfde toonhoogte maar ratelen over wat er verkeerd is met het vrachtverkeer dat te dicht bij de kust vaart, waar het doorspoelknopje van de wc zit en waarom zij de beste ethische whale-tour-experience bieden. Als we na een paar uur in de verte de eerste walvis zien, snappen we wel wat hij bedoelt. Binnen de kortste keren krioelt het er van grote en kleine bootjes. ‘t Zijn vooral die speedboats die het voor de rest een beetje om zeep helpen door veel te snel en veel te dicht bij de walvissen te gaan varen, waardoor die zich niet meer laten zien. We blijven er een tijdje op afstand rond dobberen, maar varen dan toch wat verder. Een uurtje en een school dolfijnen later hebben we meer geluk, want in de verte zien we opnieuw een walvis en deze keer zijn er veel minder boten. De brydevinvissen zijn minder speels en iets verlegener dan de bultruggen die we in Australië zagen, maar ze komen wel een paar keer prachtig boven water. “Everybody happy with the whales everybody saw the whales later we have some cake coconut now we go back to the coast don’t worry we will send the pictures give your email everybody happy with the whales ok let’s go”, floept de gids er in een vloeiende volzin uit en weg zijn we.

We springen bij onze terugkomst zelf de zee in en wandelen dan terug richting hotel. De Esprit d'ici is zeker geen slechte plek. Het oogt wat vervallen, maar de kamers zijn ruim, er is een pooltafel en een kicker, een groot zwembad tussen de bomen en een rooftopterras. Tegelijkertijd is het ook op en top Sri Lanka style. De eigenaar is een man die we Willy Wartaal dopen, omdat hij voortdurend lijkt te balanceren tussen stoned, waanzinnig, verward en verongelijkt. We krijgen er totaal geen hoogte van. Hij lijkt ons bij elke vraag half uit te lachen, maar heeft dan toch nooit écht begrepen wat we bedoelen, terwijl "can we eat here on Christmas evening?" of "is it possible to clean our room?" nu toch niet zo'n exhuberante eisen zijn. Ook de rest van het personeel lijkt ontsnapt uit Fawlty Towers. Als we bij het eten koud water vragen, leggen ze een fles in de koelkast en vergeten ze die vervolgens. (Zou iemand hen al eens gezegd hebben dat zo'n frigo ook op voorhand werkt?) De bestellingen voor het rooftop-terras doen we in de bar helemaal beneden, om ze vervolgens in een tijdsspanne van een half uur en in 4 verschillende shifts boven te ontvangen. We laten het niet aan ons hart komen en amuseren ons ondertussen met secret Santa cadeautjes.

Omdat het a la carte eten de vorige dag best lekker was, willen we het kerstmenu ook wel proberen. We geven op voorhand door dat de kinderen liever een simpele spaghetti of hamburger willen, maar ook dat verzoek is lost in translation. Er is een buffet dat bestaat uit rijst en sla en we krijgen twee schotels met kip, vis, octupus en curryworst, allemaal semi-warm. Er is ook een blauwe taart als dessert en voor de gelegenheid hebben ze de tafel weelderig versierd met stekskes uit den hof. Omdat Sam niet akkoord is met dit kerstmaal, bestelt ze alsnog een potje purree dat ze drie kwartier later - als al de rest al is afgeruimd - dan maar opeet tijdens een spelletje pool, terwijl de ouders zich verdiepen in Karom, een Sri Lankaans volksspelletje. Alles altijd met de glimlach, dus dat blijven wij ook doen. Een kerstavond als geen ander!

Op kerstdag gaan we nog eens surfen, deze keer met de Lokko Family. Wij hebben het ondertussen al een keer of drie gedaan, dus de instructies zijn allemaal iets losser. Omdat de spieren echter allemaal iets strammer zijn en de golven wat onregelmatiger, gaat ‘t bij de meeste leden van Gezin Guns minder vlot dan twee dagen geleden. Robin wil graag de grotere golven doen, maar kan daar tot haar frustratie niet staan. Ik vond “stand up, stand up, stand up!” al een stresserend commando en nu “paddle, paddle, paddle!” daar nog eens aan voorafgaat, slaat m’n hoofd helemaal op hol. Na een uurtje beslis ik om wat foto’s en filmpjes te schieten van de rest, dat lijkt me een nuttigere bezigheid. Sam vindt ‘t allemaal plezant, Griet is blij dat ze een bocht gemaakt heeft (al dan niet bedoeld) en ook Lokko en Perrine lijken er snel mee weg. Arthur is 6, maar surft alsof hij dagelijks niets anders doet, Rosa is dapper en Marie, welja, die surft een beetje zoals ik, met goeie bedoelingen en vooral veel onnozele-schijtsport-gedachten.

‘t Is heerlijk toeven in Mirissa. We tuktuk’en van het strand naar een restaurantje en terug, zwemmen in de zee, in het zwembad en terug in de zee, chillen en aperitieven in een fancy strandbar met zicht op de ondergaande zon. Af en toe staan we eens stil bij wat geweest is. Robin kan daar heel mooi en weemoedig op terugblikken en moet er net zoals Griet af en toe bij huilen. Ik slik soms ook eens een krop weg en probeer vooral heel bewust elk moment mee te pikken, Sam lost het op door voornamelijk vooruit te kijken: ok, ok, ok, dit was leuk, maar ‘t is niet dat we nooit meer op reis gaan hé, zijn we bijna voort, ik moet nog souvenirs kopen. Inside Out, plezier en nostalgie, elk z’n manier.

De laatste dag van onze epische trip is wat we in vaktermen een tsjoldag noemen. We hebben een vlucht terug naar België op 27/12 om 4u15 ‘s ochtends, dus er zit weinig anders op dan de 26ste ‘s avonds laat op de luchthaven te arriveren en daar nog wat te proberen slapen. Tegelijkertijd moeten we ‘s ochtends al uitchecken, dus we beslissen om de namiddag te vullen met een stop in Galle, een charmant kuststadje op de weg. We boeken zelf een chauffeur omdat Willy de Waanzinnige er niet in slaagt om een normaal voorstel te doen. Het busje blijkt in werkelijkheid veel kleiner dan op de foto (kleine flashback naar 3 jaar geleden, toen we exact hetzelfde meemaakten met een veel te kleine bus die ons toen met 12 (en slechts plaats voor 9) van Ko Samet naar Bangkok moest voeren), maar we krijgen er met wat tetris toch alles in. Galle is vooral bekend omwille van z’n fort, wat aanvankelijk wat protest oproept bij Sam en Robin (“wééral een fort?”), tot blijkt dat het eigenlijk gewoon een charmant ommuurd stadje is. Een beetje een kruising tussen Hoi An en Luang Prabang en een soort Sri Lanka dat we nog niet eerder zagen. We kuieren wat door de straatjes, eten een ijsje, kopen nog wat ultieme souvenirs, eten pizza en pikken nu de echt állerlaatste zonsondergang mee.

Op de luchthaven is het vooral veel wachten en proberen wat te slapen op de grond of onderuitgezakt op een stoel. Al bij al hebben we een vlotte vlucht van Colombo naar Doha en vervolgens van Doha naar Brussel, deze keer - in tegenstelling tot 3 jaar terug - zonder onverwachte sneeuwstormen. Wanneer we de 27ste rond 13u in Brussel landen is het buiten -1 graad, slechts een dertigtal minder dan 24 uur geleden op het strand in Mirissa. Daar staan we dan op het perron richting Gent, zonder jas, met onze linnen broeken en “dikste” truien. In Gent Sint Pieters blijken de taxi’s aan het station ook niet meer op hun taxi-plaats te staan, dus ik boek met m’n laatste 1 procent batterij nog snel een Uber die ons net voor we helemaal bevriezen dropt in de Zonnebloemstraat. Welkom terug. We hebben het gehaald. 151 dagen. De vorige keer 172, alles samen opgeteld 323 dagen op reis, bijna een vol jaar. Crazy. Reis Verder, Duik Dieper, dit was de vergrotende trap. Als ik me m’n lessen Nederlands goed herinner is er nog een overtreffende ook. Die klinkt een beetje vreemd. Alhoewel. Reis het Verst, Duik het Diepst? Zeg nooit nooit...

29 juli:

27 december:

Next
Next

Nuwara Eliya