BeestenBundi

We rijden met onze favoriete driver naar Bundi. Voor we de stad binnen gaan, rijdt hij langs de straat naar een hogergelegen punt zodat we al eens kunnen kijken naar waar we zullen belanden. Het is inderdaad geen al te grote stad, slechts een goeie 80.000 inwoners (al zijn de gegevens een schatting uit 2001, sindsdien is er niet echt iemand meer langsgegaan om te tellen), het ziet er eerder dorpig uit dan een grote stad, en in het midden hangt een schoon feeëriek vervallen paleis tegen de heuvels aan. Voor ons is het goed!

De driver rijdt met ons de stad binnen maar deelt blijkbaar ons enthousiasme niet want hij wil ons toch nog even waarschuwen voor: leopards die in het paleis rondlopen, dus don’t go there, en locals die ons op straat zullen aanspreken met slechte bedoelingen, dus don’t talk to them. Het is een beetje vervelend dat onze chauffeur de pretbederver is van ons enthousiasme, maar eenmaal aangekomen bij onze homestay, zakt de moed ons toch ook even in de schoenen. Hotel Bundi House is een authentieke haveli, maar ziet er op het eerste zicht nogal vervallen uit, en de benedenverdieping is helemaal verlaten en donker. ‘Joehoe! Anybody home? Goed vollek’, maar geen antwoord. We wandelen enkele verdiepen naar omhoog en merken dat naarmate we stijgen de sfeer in het gebouw komt. Op het prachtige dakterras vinden we ook de crew van het hotel. Een viertal onbeholpen mannen die ons welkon heten en onze kamers tonen, een verdieping lager. We hebben een kamer die is behangen met spiegeltjes en gekleurde lampjes, en een andere met gekleurde raampjes. Ze zijn zeker sfeervol, maar tegelijkertijd ook wat muffig en niet perse proper. Robin en ik delen een kamer, want Robin wil het liefst ingepakt in liefde slapen in dit gekke India land, dus ik ben graag de inpakker van dienst. We moeten er nog even aan wennen dat in India de meeste overnachtingsplaatsen net niet helemaal aan je verwachtingen voldoen. Ik had eerder zowat het idee dat we soms zouden logeren in knap gerenoveerde paleizen van vroeger, voor een appel en een ei. Maar vooralsnog zijn we daar niet terechtgekomen. Al moet ik zeggen dat Hotel Bundi House de komende vier dagen onze harten toch weet te veroveren.

In Bundi is er niet veel te doen, dus we zullen hier de komende dagen vooral op het dakterras zitten. Dat is echt een zalige plek. Overal rondom langur apen en eekhoorntjes. ‘s Ochtends wachten we tot de crew wakker is (die slapen op het terras gewoon onder de blote hemel) en dan installeren we ons. We homeschoolen, lezen (ik ben ondertussen aan Troje van Stephen Fry begonnen, heerlijk grappig boek) en schrijven wat (die verslagen schrijven zichzelf niet) en drinken een biertje (dat mag hier) en af en toe trekken we eens het stadje in.

Het is inderdaad een kleiner stadje, maar dat neemt niet weg dat er er toch nog steeds toeterende auto’s en tuktuks doorsjezen, de hele tijd. Het blijft India. De huizen zijn wel mooi geverfd. 50 tinten blauw, paars, lila, … kleuren combineren, je moet het de Indiërs niet leren. En dan overal knappe muurtekeningen op de gevels. In de steegjes zijn er locale marktjes waar de kinderen properkes afdingen op nagellak en andere prulletjes. We gaan eens eten bij Jays, een veel te enthousiaste Indiër die ons een keer of 100 zegent (we moesten aan al onze vrienden zeggen om te komen, dus bij deze), en de kindjes laten er door zijn zuster henna zetten.

Bundi is bekend om zijn mooie stepwells dus we bezoeken er enkele (Nagar Sagar en Ranji Ki Baori en Dhabai Kund). De stepwells waren gedurende eeuwen een toegang naar proper grondwater om te drinken, baden en rituelen. Ze hebben diepe trappen die geometrisch en soms gelijkend op een labyrint naar beneden draaien, maar in alle drie de stepwells die we bezoeken is het water zo hoog dat er helaas niet veel steps te zien zijn. Jammer want op de online foto’s ziet dat er wel spectaculair uit. De meeste zijn in behoorlijk vervallen staat, maar blijkbaar is er heden ten dage politieke animo om ze terug bruikbaar te maken. Uiteraard na een grondige reinigingsbeurt en desinfecterende behandeling. Dat op zich zijn al twee stevige uitdagingen hier in India.

We gaan twee keer eten bij The Burg Café. Op de kaart staan onder meer cappuccino, toast met avocado en bruschetta’s. Het is een bar die dus zeker Westerse allure heeft, al staat er ook gewoon een koe voor de deur te schooien tot ze wat komkommers krijgt. De tweede keer dat we er komen is de man zo verheugd dat hij ons prompt zijn gsm overhandigt om wat muziek op te leggen. Spotify inkomsten uit Rajastan? Zoek niet verder!

We bezoeken ook het paleis, in tegenstelling tot andere forten en paleizen die we al bezochten is deze helemaal verlaten, en het is tof om op je gemak rond te lopen. Al is het niet overal evengoed bewaard (ze moeten hier in Bundi dringend nog eens samenzitten over conservation of cultural heritage), sommige stukken zijn wel indrukwekkend en we zien knappe kleurige fresco’s op de muren. Er is een wachter die ons wat geheime deurtjes en vooral ook veel onverstaanbare info geeft, en die na afloop heel content is met zijn 150 roepie beloning.

Op een ochtend doen we een wandelingetje, en valt me op dat India op een bepaalde manier met je gemoedstoestand communiceert. Aanvankelijk was ik goed gemutst, ontdekkingstochtje door de stad, en ik verwonderde me over al de prachtige gekleurde gevels. Fotootjes trekken, veel naar boven en recht en links kijken. Maar dan op een gegeven moment, moet je uitwijken voor wat toeterende tuktuks en stap je net niet in de zoveelste koeievlaai en begin je opeens alle lelijke dingen te zien. Vuilnis overal, waar varkens in zitten te rommelen, koeien die op wat plastiek staan te kauwen, vuile plassen met gortig water. En opeens gaat het van gecharmeerd naar gedegouteerd, als een plotse regenvlaag op een zomerdag.

We zijn hier nu bijna twee weken en soms zou je India wel eens willen ‘uitzetten’. Gewoon een knopje indrukken zodat je zintuigen even gerust gelaten worden, zodat je wat op adem kan komen, en dan mogen de verwondering en de gekke situaties weer beginnen.

Uiteindelijk eten we een paar keer op ons dakterras, omdat we geen zin meer hebben om ‘s avonds terug in de stad te gaan. Al doen we dat ook wel een avond, en voelt het zeker niet guur of onveilig aan. Dus daar had onze driver het mis. Maar we horen wel van meerdere locals dat we na het paleis beter niet verder wandelden op de berg, naar het Tara Garh Fort. Het is nochtans een mooi wandelpad, maar er loopt een zwangere wilde tijger rond. Dus dat doen we dan toch maar niet.

Het is hier wel echt een beestenboel in Bundi. Vanop het dakterras zien we de hele tijd eekhoorntjes en apen (langoeren en makaken), buiten in de straten lopen heel veel straathonden, we horen ze ‘s nachts blaffen en met de apen strijden. In het meer zitten schildpadden en in de bomen papegaaien. In de stad lopen koeien en varkens in het vuilnis te snuffelen. En dan zijn we gelukkig die zwangere tijger nog niet tegengekomen.

Dat het hier een beestenboel is, is ook meneer Kipling opgevallen, meer nog, hij vond hier naar het schijnt de inspiratie voor het Jungle Book. De laatste dag belanden we na een wandelingetje aan het Jait Sagar Lake en de Sukh Mahal, een zomerpaleis waar Kipling ooit verbleef. Ze hebben een vervallen klein tuinhuis beloftevol omgedoopt tot het Kipling huis, maar het is niet direct de meest inspirerende plek. Er cirkelen tientallen Aziatische hoornaars rond, dus we zijn er even snel weer buiten. Daarnaast is het museum van Bundi, dat we metenenen ook bezoeken. Niet dat we grote fans zijn, of goeie dingen hebben gelezen over die plek, maar omdat we nieuwsgierig zijn hoe het concept ‘museum’ hier wordt ingevuld. Wel, daarover kunnen we kort zijn. Het is een muffe lange garage met een 20tal reliëfs vanop verschillende niet nader genoemde plaatsen, een kamer met wapens tegen een verschenen doek, en enkele vitrines met ‘miniature painting’ waar we vooral geen miniature painting zien. We gaan het wat de musea in Rajastan betreft hierbij houden denk ik.

De vierde dag komt onze funny driver ons vroeg ophalen. Immers, op nog geen 270 kilometer hiervandaan bevinden zich Meme Toren en Erna. We hebben al veel zottigheid gezien hier in India, maar dat komisch duo willen we niet missen!

Liefs,

Previous
Previous

Udaipur

Next
Next

Tiger! Tiger!