Tiger! Tiger!

Rajasthan is ongeveer 10 keer zo groot als België en ligt bezaaid met paleizen en forten. Om wat tegengewicht te bieden aan al die steden en stenen, hebben we een tussenstop gepland in Ranthambore. Dit is een van de bekendste nationale parken van India en iedereen gaat er heen met 1 doel: een tijger spotten. Het is een soort spel. In heel Ranthambore (1300 vierkante kilometer, pakweg 500 keer de Bourgoyen) zitten ongeveer 75 tijgers. Slechts een dertigtal daarvan lopen in het deel dat toegankelijk is voor het publiek. Dat deel is verdeeld in 10 zones en in sommige zones lopen méér tijgers dan in andere. Zone 1-5 zijn de grootste kanshebbers, maar die ticketjes zijn ook razendsnel uitverkocht. De kans dat je een tijger ziet is echter sowieso heel klein. Wij vinden tijgers fascinerend, zij vinden ons blijkbaar heel saai en laten zich zelden zien. Gelukkig lopen er ook een hoop andere dieren rond in Ranthambore en omdat wij deze reis al zodanig verwend zijn geweest op het vlak van spectaculaire beesten (walvissen, dolfijnen, koala’s, gibbons, krokodillen en zwartkeelorgelvogels, om er maar enkele te noemen) vinden we ‘t al lang goed. Een tijger is bonus, maar het hoeft niet. Echt niet. Allez. ‘t Zou wel wijs zijn, natuurlijk.

Je kan in India perfect per trein reizen, maar omdat het qua safari-timings niet zo eenvoudig is, hebben we voor 5 dagen een driver geregeld die ons van Jaipur naar Ranthambore zal brengen en die ons - terwijl we dan toch bezig zijn - daarna via Bundi en een tussenstop in Chittorgargh mag droppen in Udaipur, waar we hebben afgesproken met meme toren! De rit van Jaipur naar Ranthambore duurt een dikke drie uur en onderweg kijken we naar de velden, de koeien en de camions, die ze hier altijd prachtig versieren (“Means good luck!”). Ideetje voor thuis. Onze driver heet Rohit en met Rohit klikt het niet. Hij rijdt rustig en voorzichtig, daar niet van, maar hij heeft een soort humor (ten minste, dat denken we) die we niet echt begrijpen. Hij vindt het maar niets dat Sam en Robin naar muziek luisteren terwijl hij onderweg vanalles vertelt. Je kan het hen niet kwalijk nemen, want wat hij vertelt is eigenlijk zelden echt boeiend (“This area famous for stone” … “This city also lot of stone”) en vaak ook compleet onverstaanbaar in eindeloze zinnen die nergens heen gaan (“You know old time people is bringing water here not always is for family people watertank is parents going from city land but old time different.”). Hij noemt Sam “mama” en Robin “auntie” en zegt de hele tijd dat hij hen een boete gaat geven omdat ze naar muziek luisteren. Hij lacht dan wel, maar hij lijkt het ook te menen, dus we weten niet goed wat we ermee moeten. Als Robin een paar dagen later haar kettinkje vergeet in het hotel in Bundi en daar halfweg de rit in tranen achterkomt, schiet hij ook keihard in de lach “Oooh, auntie sad, hahaha auntie cry, you buy new one, lot of shops in Udaipur.” ‘t Had niet veel gescheeld of auntie had op driver op z’n bakkie geslaan. (Het kettinkje is terecht, trouwens, dankzij de vriendelijke man van het Bundi hotel. Eat that, funny-is-not-laughing-necklace-child-old-times-Rohit.

Omdat er maar 1 ding beter is dan 1 safari, doen we er 2. Eentje in de namiddag in zone 9, in een gipsy (een jeep voor 6 personen) en eentje de volgende ochtend in zone 2, in een canter (een soort bus met open dak waar een man of 20 in past). Daarmee hebben we alles gehad, denk ik. We hebben na onze rit uit Jaipur nog net tijd om snel iets te eten voor de gipsy ons aan het hotel komt ophalen. We worden vergezeld door een Indiaas koppel. Er is iemand jarig (we zijn er niet echt uit wie) en voor de gelegenheid hebben ze hun zoontje van 4 meegenomen op safari. ‘t Manneke houdt het een half uurtje vol en dommelt dan in. De sambar-herten ziet hij nog net. Een soort Zuid-Aziatische versie van een edelhert, met indrukwekkend grote geweien, prachtig. Los van de beesten is dit ook een heel mooi park. ‘t Is geen jungle, eerder een soort kruising van bos en dicht begroeide savanne, waar het licht vaak heel mooi tussen de lage bomen invalt. We spotten pauwen, chitals (gevlekte hertjes), wilde zwijnen en dan - net op ‘t moment dat je denkt: “dit zouden even goed de Ardennen kunnen zijn” - een vrolijke bende langur-aapjes. De jeep houdt er onderweg een stevig tempo op na. Hertjes en zwijnen, allemaal goed, kort even stoppen, “Ok, take picture? Cello, let’s go!” en hop, weer verder, we zijn hier ten slotte voor de tijger.

Op een bepaald moment houden we halt bij een klein beekje met een soort afspanning. Er is niets te zien, maar dit is de grens met Zone 5 “and this morning, they saw a tiger here.” Motor uit en wachten, dus. ‘t Lijkt me heel sterk dat dat beest daar nu nog steeds zou zitten, maar wat weet ik ervan. Gemiddeld zou je hier om de 10 kilometer een tijger moeten kunnen tegenkomen, las ik. ‘t Zal dan toch niet in dit segment zijn, want na tien minuutjes zwiert de chauffeur de motor weer in gang en rijden we verder, bergop deze keer, waar we stoppen bij een soort viewpoint voor een uitgebreide fotosessie en de gids wat begint te vertellen over de plantjes en de flora. Uit ervaring weten wij ondertussen dat dat meestal een teken is dat de fauna het wat laat afweten. Terwijl de zon bijna ondergaat zien we op weg naar beneden in de verte nog Indische blackbucks en kleinere gazelles, dus nu kunnen we ook antilopes afvinken op ons dierenlijstje.

Wij hebben al lang vrede met dit mooie tochtje, maar 100 meter voor de ingang staat er plots een parkwachter enthousiast te zwaaien. Onze chauffeur gooit de jeep prompt in vierde vitesse en sjeest razendsnel voorbij de ingang over een zandweg tot bij een andere jeep. “Leopard! Leopard!”, roept iemand. Griet was al wat aan ‘t indommelen, maar gaat nu een beetje dood op de achterbank. Ik vind het ook wel spannend, maar ben vooral benieuwd als de chauffeur plots alles dichtgooit. En dan zien we een meter of 10 voor ons ineens, superchill, een luipaard tussen de bomen wandelen. “This is close enough, ok, close enough!”, maant Griet iedereen aan tot kalmte. Gelukkig heeft Sam zich ondertussen gespecialiseerd in fotograferen door de verrekijker. Het prachtig beest zal het allemaal worst wezen. Ze (leren we achteraf) is zwanger en installeert zich rustig onder een boom, terwijl ze de 2 jeeps voor haar neus gadeslaat. Ondertussen is er op de hoofdweg naast het park ook een halve verkeersopstopping ontstaan van nieuwsgierige Indiërs die snel even willen stoppen voor een foto. “Dat is toch ongelofelijk”, merkt Griet achteraf op. “We rijden drie uur een volledig park door en dan zit er gewoon een luipaard aan de ingang, vlak naast de wc waar ik daarstraks nog ben gaan plassen.” Oeps.

Ranthambore ligt net zoals ons Rajputana Heritage hotelletje in het stadje Sawai Madhopur. Dat is op zich eigenlijk ook een soort safaripark. De helft van de beesten die we in Ranthambore zagen, zien we daarvoor en daarna ook gewoon vrolijk op straat rondlopen: koeien, olifanten, kamelen, langurs, zwijnen, schapen,… je houdt ‘t niet voor mogelijk. En daartussen brommers, tuktuks, jeeps, canters, bussen en auto’s maar eindeloos manoeuvreren, inhalen en toeteren. Crazy. ‘s Avonds koelt het behoorlijk af. Ik ben er niet echt op gekleed en bibber me een weg naar huis in de open jeep. De verkoudheid protesteert, ik krijg wat koorts en begin al even te vrezen dat ik ook op safari mag langs de Indische gezondheidszorg , maar gelukkig is ‘t de volgende morgen al weer beter. We duffelen ons deze keer warm in als de canter ons ophaalt om 6u voor onze tweede safari. ‘t Is nog donker en er is zowaar bijna geen verkeer op weg naar Zone 2, een van de beste plaatsen om tijgers te zien. Allez, maar ‘t hoeft dus echt niet he. Bonus, bonus!

Zone 2 ligt aan de hoofdingang van het park en heeft een andere vibe dan zone 9. Er is overduidelijk meer volk en omdat we in colonne met allemaal andere jeeps en canters door een officiële grote poort rijden, heeft het ook een groot “Welcome to Jurassic Parc”-gehalte. De voertuigen verspreiden zich en terwijl de zon opkomt, rijden we alweer langs prachtige dieren. Er is veel meer water in zone 2, dus er zit ook veel meer wildlife en deze keer zien we naast de herten ook heel veel pauwen, krokodillen, ijsvogels, een uil en een arend. Na een tijdje komen we de andere voertuigen weer tegen en wisselen de drivers en de gidsen telkens wat woorden uit. ‘t Is duidelijk dat iedereen de omgeving aan het afspeuren is. Blijkbaar delen ze de zone zelf ook nog eens op in verschillende sectoren en rijdt iedereen op verschillende baantjes, waarna ze verslag uitbrengen aan mekaar. Er is veel speculatie - “Shanti has been seen somewhere with a deer she caught, so changes are high” - maar echt concreet wordt het nooit. Zo blijven we wat in verschillende rondjes rijden, stoppen we plots, luisteren we eens, rijden we weer verder en leggen we er ons na een uurtje of drie bij neer dat ‘t wellicht niet voor vandaag zal zijn.

En dan zien we plots 300 meter voor ons op de weg een canter stil staan waar iedereen rechtstaat en er allemaal armen en GSM’s de lucht in gaan. Het zal toch niet waar zijn? “Tiger! Tiger!”, roept de driver. Sam en ik springen recht. Griet (die “Leopard! Leopard!” al verschrikkelijk vond) knijpt Robin ter bescherming bijna dood. Ik zie ‘m in eerste instantie niet (zoals meestal als mensen enthousiast naar dieren beginnen wijzen), gewoon omdat ik niet goed door heb dat het beest zo dicht bij ons loopt. Hij komt op z’n dooie gemak van rechts door het hoge gras, wandelt langs de eerste auto en zo verder links het bos in, alsof de hele wereld ‘m gestolen kan worden. Het luipaard was al behoorlijk straf, maar dit is echt wel next level coolness. Even snel als hij tevoorschijn kwam, is hij ook al weer verdwenen, zonder nog een keer om te kijken. De jeep die met gierende banden achter ons stopt, is te laat. Twee canters, op en al zo’n 40 mensen, hebben vandaag een tijger gezien. En wij waren erbij! En het hoefde nochtans echt niet! Dag en bedankt, Ranthambore, op naar Bundi!

Previous
Previous

BeestenBundi

Next
Next

Jaipur