Udaipur
Van alle koninkrijken die tussen 500 en 1800 onstonden in Rajputana (“het land van de Rajputs” en de oorspronkelijke naam van Rajasthan), was het Mewar-rijk - zo heb ik me laten lezen - een van de dapperste. De oorspronkelijke hoofdstad, Chittorgarh, lag aan de grens met andere mogendheden en moest zich dus het felst verdedigen tegen invallen van boze sultans of Perzische Mughals. Chittorgarh is, zoals de meeste forten hier, gebouwd op een heuvel. ‘t Is een van de grootste forten van Rajasthan en eigenlijk meer een ommuurde stad. Het is dan ook aan te raden om het met een eigen driver te bezoeken en hebben wij daar toch niet de immer goedgemutste Rohit, zeker? ‘t Ligt bovendien ook nog eens op de route van Bundi naar Udaipur, dus allen daarheen!
We rijden langs 7 “pols” (poorten) naar boven en stoppen als eerste bij het paleis, of wat daar nog van overblijft. In tegenstelling tot Jaipur of Bundi is dit vooral een ruïne, als een soort stille getuige van alle epische confrontaties. Tot drie keer toe werd Chittorgargh veroverd en heroverd en omdat de Mewar van geen overheersing wilden weten, gingen de mannen strijdend ten onder en pleegden 30.000 vrouwen en kinderen jauhar, een massa-zelfmoord. Gelukkig wonnen ze soms ook en om dat te vieren bouwde de toenmalige koning Rana Khumba een grote overwinningstoren (die wel mooi bewaard is). Het mooiste in het fort zijn echter de prachtige tempels, met superfijne reliëfs en duizenden figuurtjes en godenbeelden. We zien een Jain-tempel (en zijn daar zowaar de enige bezoekers, eindelijk, rust!), eentje gewijd aan Vishnu en een laatste aan Kali, de god van de kracht. Die wordt druk bezocht door een bonte menigte: de trappen staan vol devote gelovigen, bedelaars, koeien, honden en langoer-aapjes. We wandelen nog langs het waterpaleis, gebouwd voor een of andere prinses uit 1000 en 1 nacht , maar dat stelt niet zoveel voor. Griet en Sam zijn er een grotere bezienswaardigheid dan het paleis zelf. Na een uurtje zijn we verzadigd, dus we eten snel ergens thali en zetten koers naar de nieuwe hoofdstad van het Mewar-rijk. Nadat Chittorgarh immers voor de zoveelste keer bloedig was ingenomen, had de toenmalige koning er genoeg van en ging hij ergens anders wonen. En daar, in het diepe zuiden van Rajasthan, hebben deze vier simpele zielen uit Gent afgesproken met 2 kranige dames uit Wetteren en Melle. Udaipur, het was nog nooit zo Oost-Vlaams.
Het weerzien met Meme Toren en Erna is uiteraard de max. Ze zijn een uurtje of voor ons gearriveerd en hebben al een goed restaurantje gevonden, waar we ons met een cocktail op de rooftop installeren. Je moet het die twee wel geven, vind ik. Twee madammen van in de 70, die efkes volledig op hun eigen zonder groepsorganisaties of pakketformules naar India reizen, ik zie het er nog niet zo heel veel doen. Ze vertellen dat ze er in Delhi twee keer na mekaar zijn ingeluisd door een tuktuk-driver die hen meenam naar een plek waar ze helemaal niet moesten zijn, maar sinds die eerste kennismaking gaat ‘t als vanzelf (of zo doen ze het toch lijken). Ze regelen alles old-school, wandelen een reisbureautje binnen en wandelen weer buiten omdat ‘t te duur is. “Fourthousand rupies? Too much!” Die auto fixen ze wel ergens anders. Op een namiddag bezoeken ze het folkloristisch museum in Udaipur terwijl wij met de kinderen wat homeschoolen en tegen de avond hebben ze via een gids 6 tickets gefixt voor een traditionele dansvoorstelling die anders altijd bomvol zit. Dat de gids die hen beloofd heeft om de wachtrij over te slaan ‘s avonds vaneigens nergens meer te bespeuren is, maakt niet uit. De show is mooi, de muziek luid en de kruiken op het hoofd heel hoog.
Udaipur schijnt de stad van de romantiek te zijn. In vergelijking met Jaipur (en zeker Bundi) is ze alleszins properder: er ligt minder afval en er zijn ook nergens koeien of apen te bespeuren. Het grote meer en de witte huisjes zijn inderdaad heel feeëriek, zeker ‘s avonds. Daarrond ligt een wirwar van steegjes en straatjes waar je met plezier in zou willen verdwalen, ware het niet dat het ook een karting-circuit is voor tuktuk’s en brommers, die je elk moment omver kunnen knallen, als ze je daarvoor al niet potdoof hebben getoeterd. Wanneer we op ‘n middag belachelijk lang op ons eten moeten wachten, beslissen Robin en ik om even rond te lopen langs de winkeltjes, maar na 200 meter geven we ‘t al op en keren we terug. Ik word op een andere avond zelfs even aangereden door een tuktuk die veel te snel afkomt en een tegenligger moet ontwijken, maar ik kom er gelukkig met de schrik van af.
Ook ‘s avonds wordt het hier nooit echt rustig. We hebben een mooi rooftop-terras, maar als we ons daar installeren met een pintje, horen we live-muziek van op 3 terrassen tegelijkertijd, afgewisseld met vuurwerkknallen doorheen de stad. Dag en nacht passeren er ook voortdurend trouwoptochten (“Yes, it’s wedding season now.”), allemaal om ter luidst. Elke stoet heeft - naast de bruidegom op een paard en de bruid geflankeerd door een dertigtal enthousiaste danseressen - een fanfare met vooral veel trommels en achteraan ook een autootje met een generator op, waar een soort soundsystem met gigantische speakers de keyboards en elektrische instrumenten versterkt. Niemand stopt ooit met spelen, soms uren aan een stuk. ‘t Is op zich wel een tof idee om naar België te verhuizen. En dan kijken hoe lang het duurt vooraleer je last krijgt met politie, de buren en nog een belangenvereniging of vijf.
Maar India blijft tussen alle hectiek, lawaai en gekte nog altijd heel plezant. We leren het eten wat beter kennen door op een dag samen met Meme Toren en Erna een cooking class te doen bij Shashi, een vrouw met een bijzondere levenswandel. Haar man is ooit vermoord door een familielid en ze heeft een tijdje de laundry gedaan voor reizigers om rond te komen. Tot een toerist een jaar of 13 geleden blijkbaar opmerkte dat ze goed kon koken en sindsdien doet ze dat. Ze legt ons een hele bundel voor en wij denken naïef dat we er een paar gerechten uit gaan klaarmaken, maar we bereiden álles: allo pakora, naan, chapati, parantha, raita, paneer en magic sauce, de basis voor elke curry. Als afsluiter maken we ook nog een dessert en leren we ‘t verschil tussen tikka en tandoori. Shashi doet een groot deel van ‘t werk en geeft ons af en toe taakjes - “You, come here, stir!” - op een grappig sarcastische manier - “Ok, exam: pass!”. Sam en Robin noteren ondertussen alles heel ijverig. Je zou bijna beginnen denken dat ze school missen. De hele cooking class neemt een uur of drie in beslag en op ‘t einde hebben we echt ongelofelijk veel heel lekker eten. Wat we niet op krijgen mogen we meenemen, dus we kunnen er ‘s avonds nog eens een tweede keer van genieten. Meme Toren is in de wolken, want zij laat nooit eten liggen. We krijgen de eerste dag ons ontbijt niet helemaal op en tot ieders verbazing haalt ze twee dagen later vrolijk het restje boterham met ei uit haar sjakosj om verder op te zeten. Als India level 2 is, is Meme Toren level 3.
Een stad in Rajasthan zou geen stad in Rajasthan zijn zonder een groot paleis. We brengen het uiteraard een bezoekje en passeren onderweg naar daar langs de prachtige Jagdish tempel, met opnieuw ontelbaar veel gedetailleerde reliëfs. Ik zou er uren kunnen rondlopen om te kijken wie wie is en wat die dansende en werkende mannekes 500 jaar geleden zoal deden in het dagelijks leven, maar ik ben de enige en de dag is nog lang. In het paleis beginnen we ondertussen een aantal dingen te herkennen. Elk paleis heeft “special glasses from Belgium” en wij vragen ons af wat ze zouden antwoorden mochten we zeggen dat we van Zweden zijn (“oh yes, this palace has three tables from Ikea.”). Er zijn grote binnenruimtes voor feesten, er zijn rijkelijk gedecoreerde spiegelzalen, uitzonderlijke afbeeldingen van allerlei goden en er is ook altijd wel een zaal met curiositeiten. In Jaipur waren het de kleren en het transport, in Udaipur zijn het de wapens en een paard dat zich vermomde als olifant. Typisch aan het paleis van Udaipur is ook dat het gebouwd is als doolhof en superveel kleine gangetjes heeft. Perfect op maat van Meme Toren, de rest moet zich bukken. In de meer recente geschiedenis was er in elke stad ook wel ergens een maharaja die het lokale ondernemersschap wilde stimuleren door allerlei winkeltjes binnen de paleismuren te trekken met “real products and honnest prices, not like in the streets”. En daar word je dan als toerist op het einde van de tour uiteraard altijd afgezet. Als je niet oplet in de beide betekenissen van het woord.
De laatste dag gaan Meme Toren en Erna op excursie naar Ranakphur en Kumbbalgargh en ondertussen gaan wij eens proberen of we naast koken ook kunnen miniature-painten. Omdat ze hier in Udaipur nog nooit van Van Eyck gehoord hebben, vinden ze die piepkleine tekeningetjes vol details ongelofelijk straf. Wij vinden de figuurtjes vooral charmant en ‘t lijkt wel eens tof om het zelf ook te proberen. We spreken af dat we elk een dier zullen proberen tekenen; Robin de olifant, Griet de pauw, Sam de kameel en Senne de koe. De koe is verreweg het makkelijkste dier, maar dat zou je niet zeggen als je mijn koe ziet. Ik snap er ook echt geen hol van en begrijp niet waarom je met een heel fijn borsteltje met eekhoorn-haartjes en een vrije hand een zwarte lijn moet proberen tekenen, terwijl je met een fijn zwart stiftje lekker stevig op papier kan drukken om hetzelfde resultaat te krijgen. In mijn verdediging helpt de leraar deze keer ook niet echt. Hij zet ons in z’n atelier/winkel half in gang en hangt daarna de hele tijd aan de telefoon of zet nail art bij meisjes die op weg zijn naar een trouwfeest. Na een tijdje haak ik af, de uier hangt scheef en de koe is groen, maar daar zullen we ‘t mee doen. Sam haar kameel is prachtig, Griet haar pauw ook en Robin is niet helemaal blij met haar olifant, maar ‘t is het moeilijkste dier van al en ik vind ‘m perfect gelukt. Het resultaat is weldra te bewonderen in Expo Zonnebloem, naast de lampionnen, bamboe-lampjes en woodcarvings. Ik voorzie de hapjes.
‘t Is plezant toeven in heerlijk gezelschap in Udaipur. We zakken ‘s avonds al eens wat door op het dakterras, halen herinneringen op en filosoferen over India. Op een avond komt de eigenaar van de homestay wat mee babbelen. Hij vertelt dat hij z’n terras opnieuw wil aanleggen met propere gladde tegels, terwijl wij net fan zijn van de kleine mozaïektegels die er nu liggen. We zeggen ‘m dat hij beter eerst de douche zou repareren op kamer 204 en hij belooft het de volgende dag in orde te brengen. Meme Toren heeft het gevoel dat hij z’n personeel niet goed behandelt en overweegt om hier volgend jaar terug te keren en een vakbond op te richten. We sluiten af met een heerlijk etentje in Charcoal met kipbrochetten van op de grill, wat ook wel eens smaakt tussen al het voornamelijk vegetarisch eten. Morgen splitten onze wegen alweer. Meme Toren en Erna trekken nog iets zuidelijker, naar Mount Abu en wij gaan noordelijker, richting Pushkar. De volgende keer dat we mekaar zien zal ‘t in de Warandelaan zijn. Minstens zo feeëriek!
PS: voor wie ooit naar Udaipur gaat, de douche is nog steeds stuk.