Jaipur
het is zover, we zijn op weg naar India. Ik ben enerzijds heel benieuwd, maar anderzijds heb ik ook heel veel bedenkingen. Hoe zal het daar zijn? Ik denk aan die oplichterij en scams, en dat je overal op je hoede moet zijn, of aan onze twee knappe dochters, zullen ze heel de tijd aangestaard worden? De aanslag in Delhi een week voor we arriveren helpt ook niet echt. Maar naast deze gezonde spanning is er toch vooral veel nieuwsgierigheid. En tijdens het reizen heb ik al geleerd dat je vaak je angsten moet loslaten en het onbekende tegemoet gaan. Meestal valt het allemaal wel mee. Naar India dus.
India is vanalles. India is knettergek, too much of everything, totale chaos, geuren en kleuren die rondom je ontploffen, veel te veel mensen,… je kan het onmogelijk in woorden vatten. India is zonder twijfel een aanslag op al je zintuigen, maar het is ook prachtig. We blijven 4 dagen in Jaipur en we komen eigenlijk van de ene dolle situatie in de andere terecht.
De mensen zijn ongelooflijk divers; je hebt mannen die eruit zien als geflipte sekteleiders, met ros haar, gekrulde snorren en baarden, roze kledij met glitters, mascara, juwelen en lange nagels. Of je hebt er heel serieuze, met debardeurkes en gesteven broeken, of je hebt Easy Riders, met golvende lange haren en een zonnebril, alsof ze zo uit de seventies komen aangereden. De vrouwen zijn ongelooflijk kleurrijk, vaak met pareltjes op de kledij, roodgelakte tenen, juwelen, ringen en zilver rond hun enkels en tenen, meestal blote buiken, .. Sommige zijn echt heel erg knap. Maar ook de mannen zijn donker en knap. Ik denk dat dat komt omdat de mensen hier heel verschillend zijn, je ziet telkens een heel uniek uitgesproken gezicht.
Het is heel verrassend, misschien hadden we teveel aan doemdenken gedaan, maar de mensen zijn ongelooflijk gastvrij, vriendelijk en welcoming. Op straat roepen ze soms ‘Welcome in India!’, we worden steeds vriendelijk toegelachen, en (hout vasthouden) vooralsnog heeft er nog geen ene geprobeerd ons te beduvelen.
De stad is een wirwar van mensen en straten, alles door, boven en op elkaar. De straten zijn half geplaveid en er ligt overal vuilnis. Het verkeer is volledig waanzinnig; auto’s, brommers, tuktuks, fietsers,… rijden allemaal kriskras door elkaar, er zijn geen enkele regels. Het is een wonder dat ze niet voortdurend tegen elkaar rijden. De bussen zitten overvol, er hangen soms mensen aan de buitenkant aan, of ze zitten op het dak. Als we in een tuktuk door de stad sjezen, is het echt millimeterwerk tussen onze tuktuk en het andere verkeer. Er wordt getoeterd dat het een lieve lust is. Komt daar dan nog bij dat er behoorlijk wat koeien op hun gemakske door deze heksenketel wandelen, of plots gaan liggen, of staan te schijten. En soms passeert er ook eens een fluo geschilderde olifant. Je gelooft je ogen niet.
Van zodra je buitenkomt begint het avontuur en het stopt niet tot je weer op je kamer zit. En dat is ook echt iets wat je om de zoveel uur moet doen: terugkeren naar de Homestay om even te bekomen van alle indrukken. Onze ‘My Homestay Jaipur Soni 2700’ van eigenaar Prakesh is wel echt prachtig. Hij ligt in de oude stad, maar in een smal straatje zodat we de toeterende chaos niet echt horen, maar wel geregeld eens een koe, wat gekke krishna’s, een bruiloft of andere zottigheden zien passeren. Bij de bruiloft stonden we eerst nog veilig vanop het dakterras naar de gekke bende op straat te kijken tot we naar beneden werden geroepen en enkele minuten later met ons vieren stonden mee te dansen op straat tussen 20 versierde vrouwen en een prachtige bruid onder een parasolletje.
De stad heeft eigenlijk twee lagen, de eerste laag is op de grond, waar het toeterende verkeer altijd in beweging is, de andere laag speelt zich af op de daken. Via allerlei trapjes en halve verdiepjes zijn precies alle daken met elkaar verbonden. Na schooltijd hangen honderden vliegers boven de daken en zie je overal kinderen, maar evengoed volwassenen, op hun dak vliegeren. Het lijkt alsof we een video van Francis Alys zijn binnen gestapt. Prachtig.
Wat ook mooi is, vind ik, is dat veel namen op winkels, bussen of andere plaatsen nog met de hand geschilderd zijn. Er is nog heel veel ambachtelijkheid. Dat trekt zich door in alle details die je ziet in de stad. De meeste beroepen oefenen ze gewoon op straat uit. De strijker op de hoek van onze straat drukt met zo’n ouderwets zwaar strijkijzer de hemden piekfijn in de plooi. Robin zegt dat de toestellen die ze hier ziet (strijkijzer, weegschaal,…) eruit zien alsof ze uit een museum komen. We zien ook verschillende kleine huisjes, met een paar naaimachines en mannen, met echt té veel in een hele kleine ruimte, en naast hen stapels dezelfde broeken. Dit is de Zara. Het valt ook op dat er niet veel mensen op hun gsm bezig zijn. Ze hebben er wel ene, maar meestal zitten ze gewoon te babbelen. Mijn nostalgische zelve vind dit wel een aangenaam.
Maar ik wil zeker niet te positief reisbloggen. Het is ook zo dat er hier echt teveel mensen zijn, dat het soms claustrofobisch is, dat je soms helemaal vervreemd bent, dat de straten echt vol vuil liggen. Het idee dat je hier zou moeten blijven is een echte nachtmerrie, maar als reis … is het een geweldige belevenis.
De eigenaar van de homestay is Prakesh, juwelier van beroep. Een deftige Indier met een debardeurke aan. Zijn vrouw Meena is een prachtige Indische dame, steeds zeer kleurrijk gekleed. Ze brengt ons de hele dag door indian sweets, chai (heerlijke thee), Aloo paratha (een soort pannenkoek) en blijft vervolgens bij ons staan en zegt eat! more? Ze wil graag dat de kinderen ook iets lekker vinden, en dat gaat nogal moeizaam, ze doen wel hun best, maar alle smaken zijn zo anders. Als ze op een dag pav bhaji (een soort groentencurry met zachte boterbroodjes) brengt en de kinderen vinden het heel lekker zegt ze Happy! Kids learning! Kids like! Me happy.
We laten Prakesh weten dat we graag ook eens zouden vliegeren, dus de volgende dag staan we op het dak in een poging onze vlieger langer dan een minuut in de lucht te houden. Het ziet er zo simpel uit, maar het is een moeilijke techniek. We zullen nog veel moeten oefenen. In januari is hier het Kite festival, dat moet zeker ook de moeite zijn! Een ander festival, vertelt Prakesh, is het color festival (in maart), of Holi. Het is een Hindu festival dat het begin van de lente aankondigt. Naast muziek, dans en vuurwerk, gooit iedereen met kleurbommen naar elkaar. Dat is op zich is al een super leuk idee, maar daar bovenop is het die dag ook regel-loze dag. Niet dat het nu lijkt alsof er regels zijn, maar in het verkeer bijvoorbeeld vallen alle regels weg, en ook iedereen mag marihuana roken, de politie doet die dag gewoon vrolijk mee. Moeilijk om je voor te stellen dat het hier allemaal nog gekker kan.
Er is hier vanalles te zien in Jaipur, de eerste dag vragen we Prakesh een gids en die neemt ons mee naar drie bezienswaardigheden in de oude stad; we zullen er uiteindelijk enkele uren van moeten bekomen nadien in onze Homestay.
De City Palace is het stekje van de Maharadja van Jaipur, hij woont er trouwens nog, de huidige Mahardja. Hij is 27 en een fervent polo speler. Het paleis is gebouwd in de 18de eeuw toen Sawai Ja Sing II, de heerser van Jaipur, het gigantische Amer fort te klein begon te vinden. Het is een imposant paleis met veel binnenpleinen en kamers en mooi gedecoreerde poorten en toegangsdeuren. De muren zijn roze geverfd, een poging van de Maharadja om de koning van Engeland (die op bezoek kwam op het eind van de 18de eeuw) te imponeren. De gids neemt ons ook mee naar een zaal waar alle transportmiddelen van de Maharadja worden getoond; veel versierde olifantenmandjes en draagberries, hetzelfde voor de vrouwen maar met gesloten raampjes. We zien ook nog wat outfits van de koninklijke familie. Onder andere een piama van een 250 kilo zware Maharadja, dat is heel veel stof. Veel textiel is gemaakt met de block painting techniek, die typisch is voor Jaipur. Met zeer gedetailleerde uitgesneden stempels worden motieven op de stoffen gedrukt. Ik ben grote fan van deze stofjes en probeer me te bedwingen.
Het tweede monument dat we bezoeken is het observatorium Jantar Mantar, dat net naast het paleis ligt. Dit is het grootste stenen observatorium in de wereld, opgericht door Sawai Jai Singh die erg geïnteresseerd was in wetenschap en astronomie. Het staat vol met bizarre grote stenen meetinstrumenten, de meeste werken nog steeds. Er zijn zonnewijzers, halve bollen om de positie van de sterren te meten, instrumenten om de kortste en langste dag van het jaar te berekenen, of de posities van de planeten, … Kortom een speeltuin voor astronomen. Het lijkt wat op een setting van een science fiction boek.
Tenslotte, en al met een serieus hongerke, gaan we naar Hawa Mahal, of the Palace of Winds. Het is een roze paleis van vijf verdiepen hoog, speciaal gemaakt voor alle vrouwen van de Maharadja. De gids vertelt met veel enthousiasme hoe geweldg het niet moet geweest zijn voor die vrouwen, immers de clue van het gebouw is dat de vrouwen helemaal rondom konden wandelen en naar buiten konden kijken zonder dat ze gezien werden vanop straat. Het gebouw zit vol met ‘jharokhas’ een soort kleine venstertjes. Daardoor konden de vrouwen alles zien wat in de stad gebeurde, zonder dat mannen konden terugkijken. Een architecturale boerka als het ware! Als we een tijdje door zo’n venstertje kijken naar het stadsleven dat zich beneden in alle hectiek en chaos afspeelt, lijkt het alsof je naar een film zit te kijken. Er is bij alle monumenten wel heel veel volk. Als er ergens een platformke is waar al een 20tal mensen opstaan, gaan die andere indiërs er gewoon nog bij staan, het lijkt wel alsof ze helemaal niet doorhebben dat er volk is. Waarschijnlijk is iedereen zo gewend aan de aanwezigheid van hun 1,4 miljard (!) landgenoten dat ze de veelheid ervan niet meer opmerken. De meeste toeristen zijn indiërs, we zien maar sporadisch andere Westerlingen lopen. De Hawa Mahal is opnieuz een mooi paleis, maar we zijn echt verzadigd. Gelukkig is de uitgang bijna recht tegenover Kebabs and Curries Company, en kunnen we beginnen aan de eerste Tikka Massala. We keren nadien terug naar onze Homestay en liggen de rest van de dag knock-out in ons bed of op het terrasje. Het is er gelukkig rustig en je kan er echt wel bekomen van de stad.
De tweede dag beginnen de meesten van het gezin ook echt last te krijgen van de smog. Er is een Air Quality Index, die meet hoe vuil de lucht is op een schaal van 0 tot 500. Hier in Jaipur zitten we rond de 300. In Delhi gaat het metertje boven de 500. Je ziet de smog ook wel hangen in de stad, en als we rondrijden in een tuktuk door het verkeer kan het echt wel prikken in je keel. Robin heeft ook een loopneus en verkoudheid en ze hoesten allebei veel. Ze hebben gelezen dat deze blootstelling aan smog gelijk staat met het roken van ongeveer 7 sigaretten per dag. Deze informatie heeft hen in een kleine dramatische modus gebracht, waarbij ze de hele dag hoesten en rochelen, vrezend dat ze het einde van het jaar niet meer gaan halen door deze luchtvervuiling. We moeten soms echt wel eens zeggen dat ze rustig moeten blijven en relativeren, al is het ergens toch ook even slikken om je kinderen elke dag in deze lucht buiten te sturen. Het is pure waanzin dat de mensen hierin moeten leven. Je hoort ook de hele tijd Indiërs rochelen, hun neus optrekken en hoesten. Naast de smog is vooral het toeteren vervelend vind ik. De toeters van de auto’s, bussen en tuktuk’s zijn echt heel erg luid, voortdurend aanwezig en een regelrechte aanslag op je auditieve prikkelverwerking.
Op een dag waren we met een tuktuk door de stad aan het rijden en een indiër uit een andere tuktuk riep naar ons ‘Welcome in India! We have too much population and pollution’. Dat vat het hier wel zo’n beetje samen.
Vanuit de Homestay hebben we zicht op Nagargargh Fort. Op een avond wandelen we ernaartoe. Je kan te voet via een baantje naar omhoog wandelen. Er mogen geen auto’s dus iedereen ziet de wandeling deze keer heel erg zitten. Er passeren wel enkele brommers en een verdwaalde auto, maar al bij al is het rustig wandelen. Boven kunnen we langs de oude stadmuren wandelen en het uitzicht over de stad is spectaculair. Van hierboven zie je ook goed dat Jaipur helemaal ingesloten ligt tussen bergketens dus het vormt echt een soort kommetje waar de smog blijft inliggen. We wandelen ook naar het fort zelf, maar daar zijn er weer massa’s mensen. Die hebben zich allemaal met een tuktuk naar boven laten voeren, dus het is daar ook nog eens een verkeersinfarct tussen de oude stadmuren. We bekijken nog de sunset in the smog van boven op het dak van het fort, en wandelen dan terug naar beneden. Het is donker op het weggetje naar beneden, maar het voelt niet onveilig. Dat heeft het hier trouwens nog niet gedaan, dat is ook wel een verademing. De kindjes zingen de hele terugweg de muziek van LalaLand, een film die we samen in Vietnam hebben gekeken. Het zijn van die momenten dat je stilletjes achter ze wandelt, ze fijntjes hoort zingen en op de achtergrond Jaipur ziet liggen, en blij bent dat je zo een reis doet.
Een andere dag bezoeken we het Am(b)er Fort. Dat ligt eventjes buiten de stad. We doen een 20 minuten tuktuk ritje naar daar. Het fort is gigantisch groot, ligt op een heuvel en is gebouwd uit roze zandsteen en wit marmer. Dat er olifanten op de toegangsweg in en uit het fort wandelen, doet het helemaal op een sprookjesboek lijken. De fresco’s van bloemen en decoratieve patronen zijn goed bewaard en prachtig om te zien. Ook dit paleis is een voorbeeld van Mogol architectuur, dat is de bouwstijl die hier een 300 jaar in zwang was tussen 1550 en 1850. De Taj Mahal bijvoorbeeld is het gekendste voorbeeld van deze bouwstijl. We zien vooral veel bogen, veel symmetrie, gedetailleerde ornamenten, olifanten.
Op de terugweg rijden we voorbij Jal Mahal, het waterpaleis, dat vooral mooi is omdat het midden op het meer ligt. We doen een kleine stop met de tuktuk voor een fotootje maar rijden nadien verder naar de Homestay om de batterijen op te laden.
Op een ochtend waagt Senne zich aan een politieke discussie op ons gezellig zonnig terrasje. Het gaat over de situatie tussen moslims in Hindu in India. Aanwezigen: de Indische Prakesh, onze Homestay eigenaar, juwelier van beroep, die goede zakenrelaties onderhoudt met moslims, maar er voor de rest weinig positiefs over te zeggen heeft, de Oekraïense professor in statistics en research die net is ingetrokken in de vrije kamer naast ons, en twee vreedzame Belgen. De geëngageerde Oekraïense laat weten dat ze decided heeft ‘not to talk politics with Indians because of their long term relationship with Russia’. Maar wanneer Prakesh met een uitgesproken gezicht zegt ‘Oh, they are both crazy, Poetin and what’s his name .. Zelensky’, gaat ze helemaal over haar toeren en smijt ze zich vol overgave in de discussie. Op het einde van deze interessante conversatie bedenk ik dat wij in België echt over peanuts bezig in de politiek, die we vervolgens opblazen tot major issues. Il faut le faire.
Op zondag, onze laatste dag in Jaipur, bezoeken we de Galta Ji tempel (Monkey tempel), op een kwartiertje buiten de stad. Na een ritje met de tuktuk moeten we nog een klein wandeltochtje tussen de bergen doen, en we zien niet goed waar we terecht zullen komen. Maar eenmaal beneden zien we een prachtig tempelcomplex tussen de rotsen, vol vol apen. We passeren eerst een kund, een poel waar bergwater toekomt, heilig water. Iedereen springt daar met zijn kleren in en gaat drie keer kopje onder. We zouden zeker mogen meedoen, maar we wandelen vriendelijk door. In de tempel beneden gaan we wel binnen. We worden er door een Brahman (priester) gezegend door met een trosje pauwenveren enkele keren op ons hoofd te slaan, en Senne en Robin krijgen een bindi op hun voorhoofd, hun eerste spirituele derde oog. De sfeer is echt heel relaxed in de tempel. Het lijkt een plek waar families naartoe gaan op zondag, voor wat heilige rituelen, gevolgd door een maaltijd. In de tempel er rechttegenover worden we uitgenodigd om mee te eten, maar we passen vriendelijk en geven onze maag nog enkele dagen extra om te gewennen aan het eten door voorlopig de meest hygiënische opties te verkiezen.
Die avond stelt Prakesh voor dat hij ons meeneemt naar een lokale plek om te eten, en we gaan graag op zijn uitnodiging in. Het is het begin van een dolle avond. Om te beginnen stelt hij voor dat we ernaartoe fietsen. Fietsen. In India. Senne en ik zijn wel wat Aziatische hectiek gewoon maar we hebben al eerder tegen elkaar gezegd dat het Jaipurees verkeer simpelweg onmogelijk zou zijn om zelf in te rijden. UIteindelijk gaan de kinderen op een fiets en wij wandelen ernaast. Het is gelukkig al wat later in de avond en we nemen kleinere steegjes dus Sam en Robin vinden het leuk en we komen heelhuids aan. We wandelen binnen in een plek waar rechts en links allemaal koeien staan. Gingen wij nu niet gaan eten? Voorbij de koeien moeten we onze schoenen uitdoen en zitten we opeens in een tempel. Het is een RamaSita tempel, gewijd aan Rama en Sita, de twee hoofdrolspelers van de Ramayana. Dat is een van de twee grote Hindoe verhalen, het andere epos is de Mahabharata. Hindu tempels zijn gewijd aan allemaal verschillende mythische figuren en goden, elk met hun eigenschappen Afhankelijk van wat je wenst ga je naar de ene of andere tempel; wil je meer kracht, naastenliefde, .. dan kies je een figuur met bijhorende tempel uit waar je naartoe gaat. Het lijkt een behoorlijk vrij interpreteerbaar geloof, en daarnaast is het ook gewoon de dagdagelijkse wandeling naar jouw tempel, waar uw maten zitten.
Daarna gaan we ergens achter de tempel op de grond zitten en krijgen we Laddu (een zoetig balletje), Puri (een soort platbrood) en enkele kommetjes met vegetable curry’s. Het is holy food dus we doen ons best om alles goed op te eten. Daarna gooit iedereen zijn kommetjes ergens in een hoek - de vuilbak, wordt dat dan.
Het vuilbak-gegeven hier in India, is toch ook wel een apart verhaal. Een van de eerste dagen zaten we in de Homestay te eten, en nadien vegen wij, propere Belgen, onze restjes op de borden bij elkaar. De servetjes op het ene bord, voedselresten op het andere,… vervolgens komt Meena naar het dakterras en ze kiepert de borden gewoon los over het muurtje, de straat op. Tussen de huizen is er bijna altijd zo’n ruimte van een kleine halve meter breed, die dus gewoon als vuilbak dient. Er komt hier wel elke dag een vuilkarretje rond in de ochtend. Die rijdt 4 uur rond en zorgt er volgens ons voor dat de pest hier vooralsnog niet opnieuw uitbreekt. Volgens Prakesh de beste tijd van de dag om een wandelingetje te maken, want daarna stapelt het vuil in de straten zich weer op.
Na onze heilige maaltijd in de tempel passeren we langs een kamertje waar enkele gasten ‘Sita Rama’ zitten te chanten, het lijkt al enkele uren. De leadzanger heeft zich al in een gelukzalige roes gezongen, zo lijkt het. ‘Come come’ doet hij teken en voor we het weten zitten we mee te zingen. We weten hier echt nooit waar we terecht zullen komen. Maar het is nooit normaal.
De eerste indruk van India is er. Onze kindjes moeten nog wat wennen, maar eigenlijk doen ze dat echt wel goed. Ze hebben besloten dat we, door naar India te komen, overgeschakeld zijn naar ‘level 2’ wat het reizen betreft. Een level voor gevorderden. Ze jammeren wat over de smog en Robin springt enkele meters omhoog telkens er verkeer voorbij toetert, maar ze laten zich ook onderdompelen. Iemand zei me ooit voor ik moest bevallen ‘verzet je er niet tegen, je moet erin meegaan.’ Wel, India is wat dat betreft zoals een bevalling. We hebben besloten het als een zotte belevenis te zien, en we gaan erin mee. Op naar de volgende bestemming: het authentieke kleinschalige Bundi!
Liefs,