Jodhpur

Ondanks het al tegen elven loopt wanneer we arriveren krijgen we toch nog een welkomstceremonie in het Sari Sanwri Heritage Inn. Het is opnieuw een tip van meme Toren en Erna dus we hebben al een idee waar we aan toe zijn. We krijgen allemaal wat traditionele kledij aan en een bindi op ons voorhoofd en mogen poseren voor de 400 jaar oude deur van de Haveli. Tot zover onze beste familiefoto’s ooit denk ik.

Het koppel dat de Homestay runt is erg sympathiek, ze voorzien ons van een zeer grondige uitleg bij alle schakelaars en doucheknoppen, terwijl wij geeuwend van de ene tutorial naar de andere wandelen. Tegen goed middernacht kunnen we gaan slapen. Onze kamer is er eenje uit duizend-en-één-nacht. Die van de kinderen is iets minder feeëriek, maar ligt weldra vol met hun rommel en knutselatelier zodat het ook snel een gezellige kamer wordt.

De Haveli is 400 jaar oud. Het is een huis met 3 verdiepen en een dakterras. De trappen zijn onregelmatig en hoog. Overal zijn er deurtjes en raampjes die de kamers met elkaar verbinden. Op het dakterras hebben we een mooi zicht op het fort van Jodhpur. We kunnen er zelfs op schieten met het kanon op ons dakterras. Boven ons cirkelen adelaars, die vanop het terras heel erg dicht zijn. Het is wel spectaculair om hun ‘onderkanten’ zo goed te zien. Senne is de enige van het gezin die de volgende ochtend dapper genoeg is om alvast de eerste Jodhpuriaanse sunrise te beleven vanop ons dakterras.

Alle steden die we in Rajasthan bezochten zijn op een manier gelijkaardig; ze hebben allemaal het drukke verkeer, smalle steegjes en een fort. Ook hier is er veel gelaagdheid in de stad. Je hebt het grondniveau, en daarnaast alle dakterrassen en de tussenlevels. Dat vind ik toch wel echt vree wijs. Het is een gemiste kans bij ons. Misschien eens een burgerbudget aanvragen in de Brugse Port om onze wijk wat gelaagder te maken en hier en daar wat verdiepen en huizen met elkaar te verbinden. Maar alle steden hebben ondanks die gelijkenissen wel steeds hun eigenheid. Hier in Jodhpur zien we eens geen koeien, geen idee waarom. Jodhpur is de Blue City. Vele huizen zijn blauw geverfd als verkoeling tegen de zon. Het mooist zijn de muurschilderingen hier.

Jodhpur heeft een beetje dezelfde vervallen vibes gelijk Bundi maar toch voel je ook dat het een meer levende stad is, met studenten en zelfs hippe café zoals Sam’s Art Café. We bezoeken een mooie tempel gewijd aan Hanuman, de Monkey God. Eén van de tekeningen verbeeldt het verhaal van Hanuman die de taak krijgt om Sita, de ontvoerde vrouw van Rama, terug te brengen. Daarvoor vliegt hij over de oceaan naar het eiland Lanka. Onderweg moet hij nog wat helende kruiden plukken om zijn gewonde broer te genezen, maar aangezien hij niet had onthouden welke dat precies waren, tilde hij dan maar de hele berg op en vloog ermee naar Lanka. Daarom wordt hij hier ook voorgesteld als vijfkoppige held, waarbij elk hoofd in een andere richting wijst en symbool staat voor zijn onoverwinnelijke kracht. De Hindu verhalen zijn zondermeer één van de meest fantasierijke ooit. Doe daar nog wat fluo kleuren en vuurwerk bij en je vraagt je af wat ze hier in het eten doen.

We bezoeken het Merangargh fort. We hebben er ondertussen al enkele gezien maar dit fort is echt wel heel mooi. Het is een gigantische structuur bovenop een heuvel. Gebouwd door Rao Jodha, een Rajput die tegelijkertijd ook zijn naam aan de stad gaf. De buitenkant is sober, met sommige stukken in mooie rode zandsteen. Maar ook het interieur hier is heel goed bewaard. Enkele kamers binnenin tonen echt die Indische overvloed met miniatuur painting, spiegels, goud, luxueuze stoffen, geschilderde vloeren, … Heel erg knap!

Aan een toegangspoort van het fort zien we de handjes die behoren aan de weduwes, die na de dood van hún maharadja zo verdrietig waren dat ze onbewogen bij zijn dode lichaam gingen zitten op de brandstapel. Dat heldhaftige verhaal hebben we hier ondertussen al 100 keer gehoord, in verschillende varianten. De vrouwen zijn telkens zo radeloos verloren zonder hun man dat ze er zo snel mogelijk een eind aan maken. Wanneer we later de Taj Mahal bezoeken en vertellen dat het een graftombe is, en Senne uitlegt dat het een eerbetoon is van de sultan aan zijn overleden vrouw, merkt Robin op dat hij evengoed ook gewoon van de kantelen kon springen en zich helemaal niet moest uitsloven met het bouwen van de Taj Mahal.

Op zich was het natuurlijk zo dat de vrouwen vroeger maar versiersels bij de heersende maharadja’s en sultans waren, maar het stoort me dat gidsen dat idee nooit kritisch bekijken en er nog steeds vol bewondering over spreken. Hetzelfde met de raampjes waarachter de vrouwen konden rondlopen die ‘prachtige geometrische motieven op de grond lieten schijnen’ terwijl het gewoon een, weliswaar stijlvolle, gevangenis was.

In het fort nemen we deze keer een audioguide en we verdelen de nummertjes; iedereen luistert zijn cijfertje en is daarna de gids voor de rest van het gezin. Naargelang de kinderen het Engels goed hebben begrepen krijgen we heel veel uitleg of een meer summiere samenvatting: ‘hier liggen welja, wapens. Dankjewel! Vergeet de gids niet.’

In de namiddag wandelen we nog langs een stepwell. Deze keer is het een mooi en goed bewaard exemplaar! Er zijn veel trappen te zien en het water is zelfs zo proper dat we vissen en schildpadden zien. Aangezien onze reis zijn einde nadert zijn we met het homeschoolen van Sam enkele vakken aan het afwerken. Hier in Jodhpur leggen we de laatste hand aan het vak Geschiedenis. We leren over de middeleeuwse stad terwijl we er middenin zitten. Belevingsonderwijs. Misschien moeten Senne en ik zo’n school opstarten. Hoewel we na vijf maanden homeschoolen toch ook toe zijn aan vakantie, hopelijk hebben we onze vrije lesdagen beperkt tot een aanvaardbaar minimum voor onze minister van onderwijs!

De volgende dag wacht ons een lange treinreis naar Agra. Om 8 uur staan we gereed aan het station waar we te weten komen dat onze trein 3 uur vertraging heeft. We nemen een tuktuk terug naar de stad waar we ons op een rooftop installeren, wat spelletjes spelen en de vuilkar gadeslaan onder ons. Een tuktuk met een veel te kleine laadbak rijdt door de straten, waar hij de netjes bijeengeveegde vuilnishoopjes met een reuzevuilblik opraapt en in de overvolle laadbak kiepert. Het vuilnis in India doet zeer aan onze propere Westerse ogen, en sommige steden liggen er echt wel vol mee, maar er is verbetering op komst. Er zijn een heleboel afvalreducerende oplossingen op komst, om alvast de vuilnishoop niet te vergroten. Het is een begin, en we zien die kleine initiatieven vaak tijdens onze reis, dus er is progressie. Maar de weg naar een vlot draaiend recyclage en afvalverwerkingssysteem is natuurlijk heel erg lang en steil.

Als al het afval proper bij elkaar is geveegd zijn we drie uur later en rijden we een tweede keer naar het station, dat trouwens ook schoon versierd is. We schepen in voor een stevige rit van 11 uur met de trein. We hebben in Agra immers nog een afspraak met een wereldwonder!

Liefs,

Previous
Previous

D’n Taj en ‘t Fatehpoerken

Next
Next

Jaisalmer