Pushkar

We nemen de trein van Udaipur naar Pushkar en dat is toch wel altijd een plezante bedoening. Je weet nooit goed in wat voor trein je zal terechtkomen, al is Senne, onze gediplomeerde treinboeker van dienst, wel heel goed bezig en reizen we in behoorlijk goed uitgeruste treinstellen. De deuren staan al eens open en de WC’s zijn een beetje Molokai, maar het is comfortabel. Achter ons zitten twee dames in elegante rode sari’s de hele rit luidop te boeren, tot grote ontsteltenis van de kinderen en groot jolijt van ons. Tja, we doen dat ondertussen ook al redelijk ongegeneerd, dus gelieve ons daarop te wijzen bij terugkomst.

We komen laat aan in het station van Pushkar. Gelukkig komt de man van de Homestay ons ophalen want zo’n Indisch station is - hoewel we er ondertussen al enkele hebben gedaan - behoorlijk intimiderend. Straathonden, drukte en een hoop taxidrivers die je ergens willen naartoe brengen. Op zich standaard Aziatische toestanden, maar als het al donker is, is dat toch telkens spannender. Onze driver wacht ons op aan ‘gate 1’ en dat vinden niet direct, maar gelukkig zijn we voor hem een gemakkelijk doelwit. Zoek een ontredderd wit gezin :) Hij komt al snel aangelopen en zegt het codewoord ‘Everest’ dus we kunnen met een gerust hart instappen. Hij brengt ons naar Hotel Everest, dezelfde plek waar Meme toren en Erna vorige week zaten. We doen allebei min of meer dezelfde lus in Rajasthan, enkel in omgekeerde volgorde. Dus na ons treffen in Udaipur doen wij wat steden die zij al gedaan hebben en omgekeerd. De Homestay was een goeie tip want we zitten daar de komende dagen zeer op ons gemak. De inrichting is bont gekleurd, er is een huishond Misty, lekker eten en een leuk dakterras.

Pushkar is echt een leuke stad. Er zijn kraampjes met oneindig veel juwelen, kleren, beeldjes en zoveel meer - na de eerste verkenningsronde hebben we bijna een nieuwe valies nodig. En gezellige kleine straatjes. Maar voor het te lyrisch wordt: ook hier toeteren de brommers en schijten de koeien zich een weg doorheen de binnenstad. Zoals veel steden in Rajasthan is Pushkar een heilige stad, en volgens het Hindu geloof kan je er dan ook moeilijk aan vlees, eieren en alcohol geraken. Aan het gemis van vlees en eieren wennen we snel.

Het is een redelijk kleine stad die is geconcentreerd rond het groot Sarovar meer. Aan de rand van dit meer liggen meer dan 50 ghats, of plekken waar je via trappen naar het water kan wandelen om jezelf onder te dompelen. Het is er een gezellige drukte van badende mannen en vrouwen. Volgens de legende zat Brahma, nadat hij de wereld had gecreëerd, wat na te denken over wat hij met de wereld zou doen, en liet hij per ongeluk een lotus uit zijn hand vallen. Op de plek waar de lotus de aarde raakte ontstond dit meer. Al de ghats rond het meer zijn bijgevolg heilig en je moet dus je schoenen uitdoen, en zo wandelen we zo goed als gans Pushkar door op onze kousen. Dat is toch altijd dubbel oppassen geblazen als je weet dat er elke halve meter een verse koeienstront ligt.

We bezoeken één van de weinige Brahma tempels in de wereld, die staat hier in Pushkar. Brahma vormt samen met Vishnu en Shiva de drie-eenheid in het Hindoeïsme. Ze staan voor ‘creation, preservation en destruction’. Alles en iedereen in de Hindu wereld passeert door deze fases, van ster tot mens tot microbe. Brahma mag dan wel de creator of the universe zijn, hij blijft ook des mensens. Toen hij de universe aan het maken was, schiep hij daarbij de exotische schoonheid Satarupa, waar hij zelf z’n ogen niet kon van af houden. Satarupa probeerde vanonder Brahma zijn loerende blikken vandaan te komen, maar ook daar had Brahma een ideetje voor: hij gaf zichzelf vijf hoofden zodat hij haar in alle richtingen kon gadeslaan. Shiva zag dit ‘on-goddelijk’ gedrag en wou de Brahma Van Gught een lesje leren. Hij brandde het vijfde hoofd van Brahma eraf en sprak het verbod uit tempels voor Brahma te bouwen. Vandaar de schaarsheid van de tempels. Er zouden er toch een vijftal staan in India, waarvan de meest belangrijke hier in Pushkar! Het is een pelgrimsoord dus aan de voet van de tempel is het chaotisch druk met offerstalletjes en schoenen overal in het rond. We gooien die van ons erbij en lopen de trappen op. Er is veel marmer, zilver en devote mensen. Count your blessings, zeggen ze, maar we zijn deze reis ondertussen al de tel kwijtgeraakt.

Op een dag doen we een uitstap naar Ajmer. Ajmer is een stad op een half uurtje van Pushkar, vooral bekend om de Ajmer Sharif Dargah, een bedevaartsoord waar de schrijn staat van een beroemde sufi. Het is bijna even heilig als Mekka, en een vibrerende smeltkroes van moslims, hindu’s en sikhs en dan vergeet ik wellicht nog enkele religies. We proberen zo goed mogelijk te blenden; we kleden ons vroom (onze dochters zijn de perfecte moslimaatjes) en gooien wat briefjes in ketels. Maar we blijven toch veel bekijks hebben, veel Westerse toeristen zie je hier niet.

Als reizen in India ‘level 2’ is, is de omgeving van Ajmer absoluut ‘level 3’. De middeleeuwse straatjes zijn druk, chaotisch, ongeplaveid en vol. Maar wat het meest verontrustend is zijn de vele bedelaars en minder valide mensen. We zien kreupele mannen met een stok en een klompvoet, maar ook een man met enkel een romp, die in een karretje ligt, voortgeduwd door iemand. En een andere man, met een soort misvormde circusbenen; één ligt er rond zijn nek, het andere sleep hij voort terwijl hij over de grond kruipt. Of twee dwergen, en ga zo maar door. Het is echt een onthutsende aanblik. Misschien komen ze hier omdat het een bedevaartsoord is? Surreëel dat we dit zien ook.

India lijkt toch ook een land met mededogen en zorg voor elkaar; soms zie je mensen iets geven aan een bedelaar, en als je zelf iets geeft aan een bedelaar krijg je een goedkeurend knikje van andere mensen. Het lijkt een maatschappij waar mensen elkaar nog opmerken en er misschien iets minder ‘individualistisch’ wordt in bewogen. Maar laat me die zin niet herhalen als we ergens in de rij staan, want Indiërs zijn ook geweldige voorstekers en plantrekkers :) Ah, ‘de Indiër’ bestaat natuurlijk niet en we zijn hier te kort en enkel in Rajasthan, om aan zulke veralgemeningen te doen. Maar het is wel interessant om over na te denken en het is zeker heel erg verschillend van ‘bij ons’

We zien hier ook wel wat vrouwen in boerka en dat maakt mij altijd wat opstandig. Ik verdenk er de mannen in hun gezelschap dan steeds van dominantie religieuze fanatici te zijn. Die ogen onder een boerka zijn steeds zo sprekend, ze kijken ons en de kinderen ook vaak grondig aan, ik vraag me dan altijd af wat ze denken.

De moskee is een heel drukke plek, maar zeker ook een mooie plaats. Er staan overal kraampjes waar je offergaven kan kopen, meestal schalen met echte bloemen in. We kopen er ook eentje en begeven ons ermee in de rij om het graf van de sufi te bezoeken. Af en toe komt er eens ene voorstellen om hem te volgen voor een short cut, maar daar passen we voor. Je moet echter wel alert zijn, want meestal begint zo’n gesprekje vriendelijk en voor je het weet zou je ingaan op wat ze je voorstellen. Uiteindelijk komen we binnen in de tombe. Het is een kleine vierkante ruimte met in het midden een kist met doek erop, en daarrond een hekje, je moet rond het hekje lopen naar de uitgang aan de overzijde. Eenrichtingsverkeer is hier niet geïnstalleerd dus het is een overrompeling van jewelste. We mogen onze bloemen gooien op het doek en voor we het goed en wel beseffen staan we onder een Arabische vlag en worden we gezegend, enkele mensen achter ons steken ook nog gauw hun hoofd onder de vlag en prevelen gebeden en worden mee gezegend. Uiteindelijk geraken we door het deurtje aan de overkant. Het is toch echt allemaal knettergek. En blijkbaar is het daar op vrijdag pas echt druk :) Buiten is er nog een mooie gebedsruimte in de open lucht, met matjes op de marmeren vloer, en is er letterlijk ook meer ademruimte.

Na de drukke moskee bezoeken we nog de Adhai Din Ka Jhopra, iets verderop. Het is een hele oude, oorspronkelijke Hindu, tempel, die later door de moslims tot moskee is omgebouwd. De architectuur en carvings is opnieuw zeer indrukwekkend.

We doen daarna de dumping yard Kinshangarh, op aanraden van Meme toren en Erna. Op weg ernaartoe kleurt de lucht al wit van al het marmerstof en zien we vrachtwagens met grote marmerblokken af en aan rijden. Het is een gigantische stortplaats voor marmer restanten. Het wit doet pijn aan de ogen zonder zonnebril. In ware Bollywood stijl kan je ook op een wit paard door de vlakte galopperen, maar op onze volgende bestemming hebben we al een kamelentocht gepland dus we bedanken ervoor. We eten hier nog iets en terwijl Robin en ik zitten te wachten op onze ‘italian pasta with red sauce and white sauce’ komen er wel tien verschillende gezinnen vragen om een foto. Waarna de één na de andere tante en nonkel bij ons komt zitten voor een fotosessie. Wanneer Senne en Sam erbij komen herhaalt dit ritueel zich nog een keer of tien. Smakelijk! Sam merkt op dat ze wel zou kunnen wennen aan het leven van een celebrity.

De laatste avond kruipen we in ons hotelletje onder de wol maar dat is buiten de zeven bruiloften gerekend. Het is volle maan, en dat zet de astrologische Indiërs aan tot trouwen. Zo’n feest duurt meestal een dag of vier en, zo hebben we gelezen, is een fantastische beleving voor iedereen, behalve voor het koppel :) Het vuurwerk knettert de hele nacht en we horen de harmonium speler uren loos gaan op zijn instrument. Overdag was het ook al heel de tijd van dattum in de stad. Hieronder een Gif’ke van een dag in de stad. Helaas lukt het niet om een videootje te uploaden, dus je moet er de kakafonie van geluiden en muziek maar bijdenken.

We hebben een heerlijk boekje gekocht ‘the Holy Cow and other Indian Stories’ van Tarun Chopra. In één van de hoofdstukjes maken we kennis met de ‘sadhus’, dat zijn asceten die op een pad wandelen dat recht naar de verlichting leidt. Daarbij zweren ze alle materiële en aardse verlokkingen af. Ze zijn grote fan van Shiva en lopen daarom, net als hun voorbeeld, al eens rond met een drietand. Daarnaast hebben ze markeringen op het voorhoofd en soms eens een cobra rond hun nek. Ze dragen hun haar in lange ‘jata’ of dreadlocks, en tja, dat zal het zowat zijn wat ze dragen. Volgens deze sadhus is onze materiële wereld een illusie, en ik moet zeggen, wij begonnen toch ook te twijfelen toen we deze gedreadlockte asceet casual door de straten zagen wandelen.

Liefs,

Previous
Previous

Jaisalmer

Next
Next

Udaipur